from 04.10. until 15.11.2009
Kultursaal Burg Brüggen, Burgwall 4, 41379 Brüggen (Germany)
(youtube-movieclip at bottom of this page)
Travelling in time - Reizen door de tijd.
KIKO DIRKX 2000 - DOMMY GIELEN 1961
“Een ontmoeting in het labyrint van de tijd”
Meer dan een jaar duurde het vooraleer de Belgische kunstenaars Kiko en Dommy hun idee om samen een werk te creëren tot uitvoer brachten.
Dit werk is het resultaat van een 5 uur durende ontmoeting in het labyrint van de tijd van de kunstenaars Kiko en Dommy.
Tijdens deze explosieve sessie action-painting blijkt dat het opmerkelijk leeftijdsverschil geen enkele rol speelt bij het tot stand komen van het werk.
De twee kunstenaars voelen elkaar perfect aan.
Het resultaat wordt door Dommy omschreven als “Een schip dat geen schip is. Er zijn enkel masten en geen zeilen en toch lijkt het zich voort te bewegen. Het beweegt zich voort in de tijd.”
De jonge kunstenaar Kiko zegt het als volgt: “Het schip vaart in het water maar ook in de lucht.”
“Als je de twee masten verbindt krijg je nog een schip”.
----------------------------------------------------------
Reisen durch die Zeit
KIKO DIRKX 2000 - DOMMY GIELEN 1961
“Eine Begegnung im Labyrinth der Zeit”
Mehr als ein Jahr dauerte es, bis die belgischen Künstler Kiko und Dommy ihre Idee, um zusammen einem Kunstwerk Gestalt zu geben, verwirklicht haben.
Dieses Kunstwerk ist das Produkt einer 5 Stunden langen Begegnung im Labyrinth der Zeit der Künstler Kiko und Dommy.
Während dieser explosiven Session “Action-Painting” stellt sich heraus, dass Altersunterschied keine Rolle spielt im Zustandekommen des Kunstwerks. Beide Künstler stimmen perfekt überein.
Das Ergebnis beschreibt Dommy als “ein Schiff, das kein Schiff ist. Es gibt da nur Masten und keine Segel und doch scheint es sich fortzubewegen. Es bewegt sich fort in der Zeit”.
Der kleine Künstler Kiko formuliert es so: “Das Schiff fährt im Wasser, aber auch in der Luft”. “Wenn man die beiden Masten verbindet, entsteht noch ein Schiff”.
Er zit een fijne paradox in de titel waarmee Dommy Gielen zijn jongste kunstproject doopte. Op zijn minst moeten we erkennen dat ‘De stad der verloren herinneringen’ een onbereikbare bestemming moet zijn. De herinneringen zijn immers verloren en daarmee dus ook ontoegankelijk. Maar kunnen herinneringen wel verloren zijn? Wat we kunnen memoriseren zijn toch net zaken of gebeurtenissen uit het verleden die we bijhouden of terug oproepen, waardoor ze in ‘ons bezit’ zijn. Gebeurtenissen uit het verleden kunnen wel verloren gaan, maar herinneringen zijn daarentegen binnen handbereik en dus net niet uitgewist. Was het misschien de bedoeling van de kunstenaar om ons in een mysterieuze waas te hullen, een troebele mist die door het werken met een wasfilm ook vaak letterlijk over deze afbeeldingen hangt?
Titels bij kunstwerken doen dat wel vaker. Ze verhullen veeleer dan dat ze verhelderen. Alzo bouwen ze mee aan het mysterieuze aura dat er ons vooral van moet overtuigen dat het ding of het beeld waar we naar kijken wel écht diepzinnig is en dus wel een kunstwerk moet zijn. Is dit ook de bedoeling van deze kunstenaar?
Wie Dommy Gielen slechts een heel klein beetje kent weet dat dit niet de bedoeling kan zijn. Directheid – zowel op sociaal als op artistiek vlak – siert deze kunstenaar immers. Wellicht vinden sommigen – zeker in de kunstwereld - dat storend of ronduit irriterend. Laten we maar geloven dat dat met sociale conventies en etiquette heeft te maken. Iedereen die hem maar een beetje kent, weet dat deze kunstenaar daar wars van is. Maar wat zou de ambivalente titel dan wel kunnen betekenen?
Actuele geheugentheoretici en andere ‘herinneringspecialisten’ doen ons alvast geloven dat Dommy Gielen gewoonweg gelijk heeft. Herinneringen zijn immers altijd verloren. Beter, de gebeurtenissen uit het verleden kunnen niet meer worden gereconstrueerd met dezelfde intensiteit, liefde, gevoeligheid, geur, politieke irritatie of economische spanning die toen ooit werd gevoeld en ervaren. Het verleden is kortom definitief afgesloten en kan dus alleen maar als een verloren herinnering terugkomen. Elke herinnering kan namelijk niets méér zijn dan een fictieve mutatie van wat er ooit werkelijk gebeurde. We kunnen het een en ander wel volgens de regels van de historische kritiek proberen te reconstrueren. Historische feiten kunnen we bijvoorbeeld vaststellen en objectiveren, maar het causale verband tussen de historische feiten ontbreekt vaak, en is daardoor overgelaten aan giswerk of onze historische verbeeldingskracht. De historische wetenschap zet terecht alle middelen in om deze causale kloven te vermijden en dus zo weinig mogelijk aan onze verbeeldingskracht over te laten. Maar herinneren is een geheel andere arbeid. Die is alvast niet onderhevig aan de strenge regels van de historische kritiek. Herinneringen dringen zich op, beter ze ‘ploppen’ vaak op uit het niets. Een geur, een temperatuur, een allergische reactie en noem maar op kan ons met enige willekeur in een vermeend verleden ‘werpen’. Zoals de geur van een madeleinekoekje bij Proust, een hele episode uit het verleden terug kan ontsluiten, net zo werkt de herinnering. Ze is impulsief en associatief. Herinneren is een ‘rizomatische arbeid’. Het legt verbindingen binnen de meest hybride netwerken met de meest onmogelijke combinaties. Herinneren werkt zoals een vreemde droom waar alles met alles in verband kan worden gebracht. Memories zijn met andere woorden vreemde monsters waar de historische wetenschap dan ook erg voorzichtig mee omgaat. Net dat maakt Gielen duidelijk in dit werk en hij doet dat in zijn gekende stijl: direct en letterlijk.
Historische feiten, of ze nu enige nieuwswaarde hadden en dus de krant haalden of een persoonlijk fait divers waren, worden net zoals in ons geheugen door elkaar gehaspeld. Verjaardagsfeestjes en andere vrienden- of familiebijeenkomsten komen met de herinnering op hetzelfde plateau (in Dommy’s werk veelal een huis of een plattegrond) terecht als dat van een cruciale politieke ommezwaai of een economisch ijkpunt in de geschiedenis. Wat historisch banaal en gewichtig is, tolt met hetzelfde gewicht door elkaar in de werken van Gielen. Net zoals in de droom biedt de herinnering geen echte toegang tot het verleden. The City of Lost Memories presenteert de herinnering in zijn werkelijke staat, dat wil zeggen als verloren of als de fictieve vertekening van een reëel verleden. Op zijn best zijn herinneringen slechts herinneringen aan herinneringen en dus niet aan historische werkelijkheden. De kunstenaar toont letterlijk hoe wij memoriseren. Herinneringen zijn slechts artificiële (historische) feiten:
artefacts.
'We zijn allen fragmenten van onszelf. We zijn aanzetten tot het individuele en enkele van onszelf.
Dit fragmentarische wordt echter door de blik van de ander aangevuld tot datgene, wat we nooit zuiver en volledig zijn.'
Georg Simmel, 1907
Als de heterogene werken van 'Kaputte Jungs und Mädchen' al iets delen dan is het wel de onwennigheid die hun figuranten uitstralen. Dommy Gielen zet 'geraakte' jongens en meisjes neer. Ze voelen zich op zijn minst ongemakkelijk ambivalent. De kleitabletten hebben iets van snapshots die net na een ontmoeting met iemand werden genomen. Dat treffen heeft blijkbaar zijn sporen nagelaten. Uit de titel van de reeks mogen we bovendien afleiden dat sommige figuranten er niet goed van zijn, maar definitief door het voorval zijn getekend.
Ze zijn er immers 'kaputt' door gemaakt. De geregistreerde lichamen zijn met andere woorden allen voor de rest van hun leven gemarkeerd, ja zelfs gestigmatiseerd. Een vreemde gebeurtenis heeft hun lichaam bezet. In het werk van Dommy mogen we dat hoogst letterlijk nemen. Vaak is het immers niet alleen een gelaatsuitdrukking die het stigma evoceert, maar een spoor dat op of zelfs in het lichaam werd nagelaten. Een vreemde Ander bezet vanaf nu mede het lichaam. Iets Unheimlich is hun Heimat binnengekomen en de figuranten hebben daarbij ambivalente gevoelens. Is het geluk of ongeluk wat ze voor de rest van hun leven hebben geïncorporeerd? De Ander die binnentreedt wordt in Dommy's werk nu steeds visueel zichtbaar gemarkeerd: een eigenaardige vlek op het voorhoofd, een uitgegomd gelaat, een plant over (in?) de ruggengraat, een heftige kleur - een giftig sap of een plezierig drankje, een inwendige bloeding of een blijde verwachting, een kwaadaardig gezwel of gewoonweg een tattoo? - op/in een of ander lichaamsdeel. Dommy neemt dat markeren overigens niet metaforisch, maar hoogst letterlijk: hij krast figuren en maakt vervolgens inscripties op hun lichamen om ze daarna eventueel nog met verf te injecteren. Het markeren is dus een voelbare, fysieke aangelegenheid.
Met de ingreep bezet, zoals gezegd, iets vreemds een subject. Meer zelfs: het wordt vanaf dan mede door iets Anders of een Ander gecomponeerd. En blijkbaar staan de protagonisten uit Dommy's werk daar minstens ambivalent tegenover.
Ze verbergen het voorval bijvoorbeeld met een ietwat onwennige glimlach.
Waarom? Misschien hebben ze wel het gevoelen dat ze een deel van zichzelf zijn kwijtgespeeld. Of sterker: misschien begrijpen ze nu wel dat ze nooit zichzelf zijn geweest, want altijd al door vele Anderen geassembleerd. Eigenheid, authenticiteit, uniciteit,... blijken dan plots tot een imaginaire wereld te behoren.
De zoektocht naar zichzelf of de zogenaamde introspectie stoot immers altijd weer op die vele vreemden in onszelf. Dat leidt tot de paradoxale vaststelling dat de kern van ons eigen zijn, een vermeende authenticiteit, altijd al van een Ander, of beter van vele Anderen was. De figuranten bevinden zich met andere woorden in een toestand van Heimlichkeit. Ze hebben net ontdekt dat hun zogenaamde harde kern uiteindelijk gefragmenteerd en on-eigen is. We zijn slechts een bricolage van vele ongelukkige en gelukkige ontmoetingen.